Positienummers
Hieronder zie je de positienummers. We beginnen dus te tellen vanaf de opslagspeler, naar het net toe en dan in tegenwijzerzin.
Let op! Doordraaien moet gebeuren in wijzerzin.
Zonedekkingen
De standaardopstelling van een 5-1, waarbij de 6 heel de achterlijn voor zijn rekening neemt en de passeur pas geeft tussen 2 en 3, ziet er meestal als volgt uit:
Let op! Alles wat daarvan afwijkt, zijn aanpassingen van het moment, die afhangen van de tegenstander.
Looppaden in 5-1
De looppaden voor de passeur worden hier uitgelegd.
Deze beginnen van positie 1, waar de passeur vaak begint aan het begin van een set, wanneer de tegenstander opslaagt en volgen dan de rotaties.
Op die website wordt de passeur aangegeven als S (setter). In onderstaande filmpjes als P (passeur).
| Passeur vanaf positie 1 | Passeur vanaf positie 6 | Passeur vanaf positie 5 |
| Passeur vanaf positie 4 | Passeur vanaf positie 3 | Passeur vanaf positie 2 |
Zonedekkingen
Zoals je wel kan raden, veranderen deze naarmate er afgesproken wordt met de spelers voor, naast en achter je tijdens het spel.
Standaard zou het als volgt moeten zijn:
|
Verdedeging - straat open |
Verdedeging - straat dicht |
Terminologie
- In straat slaan = langs de zijlijn van het plein slaan.
- In straat blokken / straat dicht blokken = geen gat laten tussen je handen en de antenne en dus zorgen dat de aanvaller niet langs de lijn kan slaan in één rechte lijn.
- Dia blokken = een gat laten tussen je handen en de antenne zodat de aanvaller wel bewust in één rechte lijn langs de lijn kan slaan. Daardoor komt de achterspeler al klaarzitten op die positie om die bal "makkelijk" op te vangen.
Trendsetters